1
MARIJKE EKELSCHOT
Gerontofilie
*
Fran Lebowitz heeft ooit geschreven dat het bezwaar van kinderen is dat ze niet roken
en dat je er zelden een goed gesprek mee kunt voeren. Een nog groter bezwaar vind ík
dat ze zo van ouderen houden. Terwijl volwassenen niet of nauwelijks geïnteresseerd
zijn in iets jongers dan een jaar of zestien - behalve hier of daar een eenzame pedofiel
- is het gemiddelde kind een echte gerontofiel.
Een gewoon zoogdierjong drinkt een tijdje aan een oudere, verveelt zich en keert zich
vervolgens voor goed,vervuld van ondernemingslust,naar de wereld die het rond zijn
pootjes vindt. Zo niet het kind. Dat vat de melkverschaffer op als de belofte van één
groot liefdesavontuur en alles wat het onderneemt is er dan ook opgericht om het
begeerde objekt in de buurt te houden. Geen stap kan de oudere zetten of het kind zet
de achtervolging in, in slendangs, kinderwagens, wandelwagens, te voet, te fiets en
soms ook wel in hele kleine autootjes.
Dat kinderen zo idioot laat gaan lopen en nog veel later verkeerd - gaan praten heeft
niets met onvermogen van hun kant te maken, maar is een doelbewuste inspanning
een oudere - en bij voorkeur een moedere - aan zich te binden. Dat ze na een jaar nóg
niet in staat lijken een eigen maaltijd te bereiden, laat staan hem met mes en vork op te
eten, moet in hetzelfde licht gezien worden. Net als de onzindelijkheid. Geen oudere
zal een inkontinente de straat op sturen, dus plassen en poepen de kleintjes vrolijk in
het rond.
Moeders die ter voorkoming van al deze ellende het kind zo snel mogelijk in een kresj
willen onderbrengen, worden bestookt met autisme, uitslag, braken, diarree, hal-
lucinaties, hersenbeschadigingen, mazelen en waterpokken. Pas na een jaar of drie is
het gemiddelde kind bereid een half uur per dag in een peuterspeelzaal door te
brengen, mits zij daar ook is.
De gerontofiele begeerte houdt de hele schoolloopbaan stand en verklaart niet alleen
het waanzinnig trage tempo waarin kinderen zich dat beetje schoolse kennis
eigenmaken, maar ook de aanwezigheid van hele grote vrouwen bij leesplankjes, over-
steekplaatsen, biologieprojekten en strafwerk. Rond een jaar of twaalf laait de liefde zo
hevig op dat de meeste kinderen eigenlijk alleen nog maar naar een moederhavo of
vergelijkbare voortzettende opleiding willen. Ook zijn ze er al in geslaagd de eerste
moeders de universiteit in te loodsen.
Juist omdat kinderen zo jonge en veerkrachtig zijn - en vanwege hun maatschappelijke
nutteloosheid steeds langer jong en veerkrachtig blijven -, hebben ze eigenlijk niet
genoeg aan één oudere voor hun liefdeswerk. Niet alleen vallen ze hun vaders lastig
maar ook zie je ze vaak rondhannesen met mensen die hun grootouders zouden kun-
nen zijn. In de Groene Amsterdammer staan zelfs advertenties waaruit blijkt dat het
grut er getweeën in slaagt woongroepen van wel acht ouderen aan zich te binden. Juist
die ekspansiviteit van de kinderdriften maakt wat mij betreft van de gerontofilie maat-
schappelijk probleem nummer één.
Hoe opgelucht was ik dan ook toen laatst - zij het nog wat aarzelend - de eerste
voorstellen voor een staatsopvoeding in de pers verschenen. Waar is het algemeen
belang immers meer mee gediend dan met de bevrijding van alle ouderen? Het
aardige van die doelgroep is dat kinderen die een beetje haast maken er ook onder
vallen, zodat niemand zich buitengesloten hoeft te voelen.
*
Verschenen in Nemesis