Navigation bar
  Print document Start Previous page
 1 of 1 
Next page End 1  

MARIJKE EKELSCHOT
Lezen en genen
*
Onder de via voorrondes uitverkoren tien afgevaardigden voor de nationale voorleeswedstrijd
waren maar twee jongetjes en van die twee slaagde er geen een in om bij de beste drie te
eindigen!
De Volkskrant was er geschokt over, maar mij verbaasde het niet echt. Lezen is immers überhaupt
een vrouwenaangelegenheid. Je moet je ervoor willen verdiepen in het gedachtegoed van een
ander, je hersens als het ware beschikbaar stellen. Veel mannen zullen het dus wel als onbetaald
werk opvatten en daarmee als iets eerloos. 
Volgens het BBC-programma 'Panorama' is het nu juist dat gebrek aan aandacht voor taal en
communicatie dat mannen binnenkort massaal de das zal omdoen. Leven we immers niet in een
informatie- en communicatietijdperk? En hoe zouden mannen daarin zich staande kunnen houden,
laat staan belangrijke funkties bekleden, als ze nog geen drie woorden kunnen lezen of spreken
en al helemaal niet weten wat luisteren is. Het was een gezellig programma, waar mijn vriendin en
ik heel vrolijk van werden. We kregen hele domme zombie-achtige basisschooljongetjes te zien,
die moeizaam formuleerden dat 'je best doen' iets voor meisjes was. Daarna kwamen vreselijk
slimme, zelfverzekerde, levenslustige meisjes, die al die dombo's niet eens zágen, en er geheel
van overtuigd waren dat hun eigen hersens minstens honderd keer de omvang hadden van het
miezerige hoofdinhoudje van hun klasgenootjes. Ouders en leerkrachten bevestigden alleen maar
het beeld; met die jongetjes zou het nooit meer iets worden. Niet dat ze het zoveel slechter deden
dan de jongetjes van vroeger, maar de meisjes waren zo verschrikkelijk veel beter geworden de
laatste tien jaar, dat de 'gap' onoverbrugbaar was geworden en deze hele generatie
piemeldragertjes weggegooid kon worden.
De verklaring voor al deze mannelijke ellende was even eenvoudig als briljant: het was
aangeboren, of - beter gezegd - het was niet aangeboren, tenminste bij jongens niet, want bij
meisjes natuurlijks wel. We kregen piepnieuwe babies te zien, en inderdaad, nog geen week oud
herkenden meisjes al feilloos het verschil tussen een 'b'- en een 'p'-klank (en ze keken daar ook
nog heel slim bij, of zo zag het er in ieder geval uit), terwijl de jongetjes gewoon doorsliepen. 'This
is the kind of nature, society cannot compensate for', zeiden wij geheel ingeleefd tegen elkaar,
want wij zijn van de jaren zestig en weten wanneer we verloren hebben.
De BBC wilde het er echter niet bij laten zitten en groef zich in in gezinnen om te kijken of daar
een mannelijk beschavingsoffensief uitgevoerd zou kunnen worden, om die jongetjes in ieder
geval een béétje minder oncommunicabel te maken, want een pietsie taalvermogen moest
evolutiegewijs - al was het maar per ongeluk - toch in hun stomme lijfjes terechtgekomen zijn. De
oplossing werd door een geleerde mevrouw gepresenteerd: jongetjes moesten veel en veel meer
voorgelezen worden. Ze keek er heel ernstig en ook een beetje wanhopig bij, maar dat kon ook
wel zo lijken omdat de BBC er apocalyptische muziek bij draaide.
Wíj zien de toekomst gewoon zonnig tegemoet en wachten vol vertrouwen op de uitslag van de
volgende nationale voorleeswedstrijd.
                                                
*
verschenen in Konfrontatie nr 39, dec 1994/jan 1995
Previous page Top Next page