Navigation bar
  Print document Start Previous page
 1 of 2 
Next page End 1 2  

Marijke Ekelschot
Our eggs, ourselves
*
In het decembernummer 1979 van het Amerikaanse tijdschrift 'Womb', verscheen een artikel naar
aanleiding van een onderzoek, gehouden onder 1200 vrouwen. De vragen die die vrouwen
voorgelegd gekregen hadden, waren: 'Hoeveel eierstokken denk je dat je hebt?', 'Waar zitten ze?'
en 'Hoe voel je naar je eierstokken toe?' De bedoeling van de onderzoeksters was de verhouding
van de Amerikaanse vrouw ten opzichte van haar eierstokken in kaart te brengen. 
De uitslag was zo frappant dat wij met de schrijfsters van het artikel - Hilda Johnson en Fran
Filarski - uitroepen: onvoorstelbaar! Dat vrouwen vreemd staan tegenover haar eigen lichaam en
haar eigen lichamelijkheid, wisten we wel; maar dat 98% van de ondervraagden niet eens wist
wáár haar eierstokken zich bevonden (de antwoorden varieerden van: 'één voor en één
achter,'overal' tot 'ik weet het niet en 'het interesseert me niet), verbaasde zelfs ons. Even
verbijsterend waren de antwoorden op de vraag naar de hoeveelheid eierstokken: de schattingen
varieerden van géén (4%) tot 12 (2%)! 
De onderzoeksters konkluderen dan ook terecht dat in grote lijnen gezegd kan worden dat de
Amerikaanse vrouw zich niet tot haar eierstokken verhoudt (pag. 13).
Maar gelukkig verscheen begin 1981 een belangwekkende publikatie die vanuit een geheel
nieuwe teorie een pleidooi houdt voor het herstel van het kontakt van vrouwen tot haar eierstokken
'Our eggs, our selves' (Onze eieren, onze zelven) van de hand van Mae Brainright.
Mae begint haar boek met een, ons inziens terechte, kritiek op het beperkte bereik van de
'haptonomie', de aanrakingsleer (het alle lezeressen bekende 'spelen met het kind in de
baarmoeder'). Zij zegt dat de haptonomie weliswaar een in de prenatale ouderschapszorg
geaksepteerde omgangsvorm geworden is, maar dat er tegelijkertijd toch een te beperkte definitie
van gehanteerd wordt. 'Moeten wij', zegt Mae, 'dat aanraken zo letterlijk opvatten? Is het eigenlijk
niet het mannelijke denken dat veroorzaakt dat wij bij aanraken aan konkrete, aanraakbare
tastbare zaken denken? Aan en raken, raken naar, reiken naar; trachten te bereiken - is dat niet
de vrouwelijke betekenis die wij aan de haptonomie kunnen geven; het tastend, zoekend naar,
trachten te bereiken?' (vertaling de Vrouwenkrant
In het eerste hoofdstuk ontwikkelt zij vervolgens - uitgaand van de verbrede haptonomievisie - een
revolutionaire visie op het moederschap. In het kort komt haar verbrede moederschapsopvatting
op het volgende neer: vrouwen hebben eiertrossen (Mae verwerpt de fallokratiese term 'eierstok' -
het Engelse 'bunch of eggs' klinkt wat minder spataderachtig dan onze vertaling; misschien dat
een lezeres een betere suggestie heeft) en in die eiertrossen bevinden zich honderdduizenden
eieren, die (en dat is wezenlijk in haar teorie) ALLEMAAL POTENTlËLE KINDEREN ZIJN: iedere
vrouw draagt dus honderdduizenden mogelijke kinderen met zich mee, VAN JONGS AF AAN.
Terecht stelt Mae vast dat dit een verwarrende mededeling is en zij veronderstelt dan ook -
inhakend op het onderzoek van Johnson en Filarski) dat de non-verhouding van de Amerikaanse
vrouw ten opzichte van haar eiertrossen verklaard kan worden met de eenvoudige oplossing dat
vrouwen gewoon niet weten wat ze aan moeten met al die eieren en daarom het bestaan ervan
maar wegwerken. Mae vraagt zich vervolgens af of nu juist die wegwerking er de oorzaak van is
dat wij in een patriarchaal/fallokratiese wereld leven. Haar redenering - die wij wel enigszins
eenzijdig vinden, en waar ook wel aantoonbare onjuistheden in voorkomen, en die het risiko van
biologisme zeker in zich draagt – vinden wij zeker de moeite van het bestuderen waard. In het
heel kort komt haar redenering op het volgende neer: 
De beide x-chromosomen die zich in ieder vrouwenei bevinden worden, omdat er van buitenaf
geen aandacht aan besteed wordt, 'op elkaar gedrongen'. Dit betekent dat, indien een mannelijk y-
chromosoom zich aan de vrouwelijk x koppelt, er een vijandige verhouding ontstaat in het jongetje,
dat het produkt wordt van deze samensmelting: zijn x en y kennen elkaar immers niet. Die
inwendige vijandschap kan zich keren tegen de evenwichtige xx-kombinatie, het meisje - want als
                                                
*
Verschenen in de Vrouwenkrant nr 77, 1981. Opgenomen in Zusterschap en daarna, 1982
Previous page Top Next page