2
Als ik het boek nu lees kan ik me nog steeds de indruk herinneren die het toen maakte.
Dwars door alle filosofiese raadsels van ontologieën en kontingenties klinkt nog steeds de
klaroenstoot van de vrijheid en de verantwoordelijkheid, dwars door de muffe, dreigende
konventies van het door haar met veel venijn beschreven establishment heen. De vraag wat
te doen stelt het boek niet. Het waarschuwt alleen dat bij het realiseren van eigen en
andermans vrijheid, geweld en discipline niet in alle gevallen kunnen worden vermeden. Ik
onthield voornamelijk dat je je eerst iets moest voornemen èn de vrijheid behouden om
eventueel later weer een ander plan te maken.
De tweede sekse, daarna, maakte de belemmeringen voor de vrijheid wat konkreter: nu
legde ik niet alleen de vriendinnen uit dat ze moesten afstuderen, maar ook de vrienden dat
en waarom ik ineens mijn eigen konsumpties wilde betalen. Toen ik bedacht had dat ik toch
een man wilde hebben, zocht ik er één die mijn koffer niet droeg. Daarna verdween ik, net
zoals mijn vriendinnen, naar de buitenwijken.
Tot mijn verontschuldiging kan ik aanvoeren dat De Beauvoirs werk voor ons alleen in het
Frans beschikbaar was en dat ik De tweede sekse dus helemaal niet heb uitgekregen; ja
waarschijnlijk niet meer heb begrepen dan dat de vrouw De Ander is en dat daar niets aan te
doen is. Toch hoefden de dames Kool-Smit en De Boer-DAncona me, twaalf jaar later, maar
één stencil te sturen en ik was er al, geheel bereid om me aan iedere discipline te
onderwerpen (geweld kwam niet ter sprake). Het stencil moet ik te danken hebben aan het
feit dat ik ergens feministiese taal heb uitgeslagen. Hoe raadselachtig is de invloed van
boeken! Je vergeet alles en denkt dan dat je het zelf hebt bedacht.
Ik heb De tweede sekse nu voor de vierde keer gelezen (er moeten eigenlijk stickers komen
zoals die vroeger voor Ulysses bestonden: Ik heb De tweede sekse helemáál gelezen; dan
zal ik me alsnog door het hoofdstuk over de vijf schrijvers heenwerken ) en het is eigenlijk of
het een heel nieuw boek is. En wat een raar boek! Het lijkt wel of De Beauvoir vrouwelijkheid
beschouwt als het soort geestelijke afwijking dat je louter en alleen uit verveling afschudt (net
zoals Sartre zich, volgens haar dan, ooit bevrijdde van de kreeftachtigen die hem al jaren
achtervolgden); zolang duurt de beschrijving van biologiese, psychologiese en historiese
onvermijdelijkheden. De Beauvoirs vrijheid lijkt zich alleen nog maar te kunnen uitdrukken in
een klemmende beschrijving van onvrijheden, een diepe afkeer van vrouwelijk gedrag.
Geldt dat ook voor dat van haarzelf? In de inleiding ontkent ze dit: Sommige vrouwen
hebben haar vrijheid al verworven, en juist die zijn geschikt een onpartijdig verslag te doen
van de gebeurtenissen. Uit haar auto-biografie blijkt echter dat ze juist in de jaren dat ze aan
De tweede sekse werkte soms wonderlijk met haar vrijheid omsprong. Ze vraagt zich later
bijvoorbeeld verbijsterd af waarom ze niet had begrepen, dat Algren het akelig vond dat ze
alleen verliefd op hem was zolang Sartre door zijn nieuwe vriendin in beslag werd genomen.
Nog later zegt ze dat het jammer is dat ze zo weinig over de seksuele aspekten van haar
verhouding met Algren heeft geschreven. Ik weet niet of dat veel zou hebben opgehelderd.
Voor De Beauvoir blijft het individu een onherleidbare eenheid, het lichaam konkreet, de
seksualiteit Natuur, oerkracht van buiten de persoon, een gegeven waar men zo verstandig
mogelijk mee moet omspringen tot de vijand Ouderdom de laatste gelegenheid wegneemt.
Ze heeft zich niet de vraag gesteld wat die eigen individualiteit nu eigenlijk wàs - illusie of
werkelijkheid. Ze dacht, dus ze bestond. En of ze eigenlijk Sartre was of hij De Beauvoir,
vroeg ze zich ook niet af; evenmin of haar materiële bestaan, haar konkrete lichaam, wellicht
een produkt was van de arbeid van anderen.
Het is daarom niet toevallig dat ze de biologie waarmee De tweede sekse begint in de rest
van het boek niet meer kan opheffen. Ze begon het mannetjesdier tot zich in de voortplanting
transcenderend individu te verklaren (vanwege de uitwendigheid van het sperma!) en het
vrouwtjesdier tot verslaafd aan de soort, hoe hoger ontwikkeld hoe ingrijpender. Hoe kan ze
zichzelf daarna ooit nog terugvinden? Een oppervlakkige samenvatting van Engels
Oorsprong van het gezin, de particuliere eigendom en de staat leidt haar weliswaar tot het
standpunt dat de mens niet alleen natuur, maar ook geschiedenis is, en dat de huidige
positie van de vrouw iets met privé-eigendom en/of de uitvinding van bronzen wapens te
maken heeft. Maar dan heeft ze De Vrouw al voor een groot deel van haar leven
ontoerekeningsvatbaar verklaard vanwege verschijnselen die met haar rol in de voortplanting