Navigation bar
  Print document Start Previous page
 2 of 4 
Next page End 1 2 3 4  

2
MVM, Dolle Mina, Ajah en COC wèl geleerd hadden: dat iedere politieke strijd betekent dat
je ook voor anderen dan jezelf opkomt. We probeerden dat te ondervangen door nieuwe
groepen een ‘ervaren kracht’ aan te bieden om de eerste bijeenkomsten mee te helpen de
uitgangspunten duidelijk te maken, maar dat werd steeds geweigerd: dat zou niet
demokraties zijn.
Tegenstrukturen
Na de ‘praatgroepfase’ werd alles voor de nieuwelingen nog moeilijker, omdat het voor
iedereen moeilijker werd. Het opbouwen van ‘tegenstrukturen’ is nog wel wat anders dan één
keer in de week samen praten. Één van de basisregels van de praatgroepen is dat de
deelneemsters elkaar tussen de bijeenkomsten niet ontmoeten, dat zij dus geen
gemeenschappelijk dagelijks leven hebben, waarin de ‘normale’ maatschappelijke
omgangsvormen kunnen binnendringen. Voor die tegenstrukturen die de vrouwen uit de
eerste praatgroepen nu gingen opzetten waren juist die dagelijkse banden onmisbaar: er
moest samengewerkt worden; verantwoordelijkheid en koninuïteit werden nu belangrijker
dan ‘bevrijding’.
In alle ‘normale’ situaties waarin vrouwen samenwerken doen ze dat in een kader van door
mannen gegeven voorschriften en orders. In een autonoom vrouwenprojekt ontbreken die.
Onmiddellijk ontstaat het autoriteitsprobleem: wij willen geen orders van vrouwen, nu wij ons
van mannen bevrijd hebben; wij zijn allemaal gelijk.En eigenlijk zouden wij ook liever geen
verantwoordelijkheden hebben, want in het gewone leven hebben we er al genoeg.
Zo ontstond het probleem van de ‘informele machtsstruktuur’: de vrouwen die zich
verantwoordelijk voelden beklaagden zich dat niemand hun verantwoordelijkheid wilde delen,
en de rest dat ‘de direktie’ zich de macht toeëigende en hen geen toegang wilde geven tot
‘de informatie’. In de woorden van Joke Smit: ‘Iedereen wilde opnieuw het wiel uitvinden, en
velen vertrokken teleurgesteld voordat zij nog maar één spaak hadden vervaardigd.’
Het radikale-terapiewezen
Gezien dit alles is het geen wonder dat het radikale-terapiewezen dat in 1975 uit de
Verenigde Staten werd geïmporteerd zo’n groot sukses werd. Daar wèl een duidelijke
struktuur en een duidelijke leiding door ‘deskundigen’ die, omdat het hier om terapie ging en
niet om politiek, ineens wel geaksepteerd werd. Daar niet de groep als middel voor een
verafgelegen doel – de vrouwenrevolutie – maar de groep en de leden ervan als doel op
zichzelf. Leren ‘opkomen voor jezelf’, individuele autonomie verwerven, je ‘rationele
volwassene’ versterken: wie zou dat niet willen? Wat een krachtige vrouwenbeweging
zouden we krijgen met al die autonome vrouwen!
Helaas werkte het niet zo. De in de radikale terapie aangeleerde omgangsvormen bleken
geheel ongeschikt om met vrouwen samen te werken, juist vanwege hun nadruk op de
individuele beleving en de formulering daarvan in terapeuties taalgebruik, en vooral, door het
geheel ontbreken van enig onderscheid tussen wat door mannen opgelegde normen, en wat
door de noodzaak van gezamenlijke strijd van vrouwen gemeenschappelijk opgelegde
normen zijn. In de terapeutiese opvatting is iedere gedragsregel een opgelegde norm, die
met het oog op de individuele ontplooiing bestreden moet worden (in dit opzicht zijn de
anarca-feministes ook heel wat moderner dan ze zelf denken; bij Emma Goldman
bijvoorbeeld is van dergelijke ideeën niets te merken).
De Feministiese-Oefengroep-Radikale-Terapie-trend, die zich verzet tegen algemene
uitspraken over vrouwenonderdrukking en tegen algemene regels over de wederzijdse
rechten en plichten van samenwerkende feministen, en in plaats daarvan alleen regels over
procedures heeft (de beroemde rondjes van wrevels, knuffels en spinsels), is zo krachtig en
belangrijk juist omdat hij niet op zichzelf staat. De FORT-trend sluit aan bij alle
terapeutiseringstechnieken die het welzijns- en vormingswerk beheersen en nu ook het
onderwijs binnendringen: technieken waarbij de gevolgen van uitbuiting en onderdrukking
worden omgevormd tot individuele ziektes en problemen, waarvoor vervolgens ‘deskundige
hulp’ wordt aangeboden.
Previous page Top Next page