Navigation bar
  Print document Start Previous page
 12 of 97 
Next page End 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17  

Anneke van Baalen en Marijke Ekelschot, TEGENNATUURLIJK,  Amsterdam 1985, De Bonte Was 
12
(2-4-8-16 enzovoorts) terwijl het voedsel dat zij tot eigen levensonderhoud produceren niet
sneller toeneemt dan een rekenkundige reeks (2-4-6-8-enzovoorts). Honger, armoede en
een vroegtijdige dood zijn voor een groot deel der mensheid onontkoombaar.
Het cijfermateriaal waarop Malthus zich baseerde was afkomstig van onderzoek naar de
noord-Amerikaanse bevolkingstoename in de l8e eeuw. Daar had zich elke 25 jaar een
verdubbeling van het inwonersaantal voorgedaan - tenminste bij de immigranten; van de
indianen waren er steeds minder gekomen, meldde Malthus plichtsgetrouw - dus die
bevolkingstoename moest als normaal menselijk opgevat worden, als een absoluut gegeven,
dat slechts door natuurrampen of hongersnoden aangetast kon worden.
Natuurrampen, hongersnoden, ellende en armoe waren dan ook volgens Malthus een
noodzakelijk kwaad. Sterker nog, het voorkómen van ellende zou het leven op aarde pas
echt ondragelijk maken omdat er dan veel te veel mensen zouden zijn. Voor Engeland stelde
Malthus dan ook voor om de armenwetten onmiddellijk af te schaffen. Voedselvoorziening
aan mensen die niet in hun eigen onderhoud konden voorzien zou er maar toe leiden dat ze
zich gingen voortplanten, met als gevolg dat er steeds meer armen zouden komen, wat voor
henzelf toch ook niet prettig was.
Er verschenen vele kritieken op Malthus' stelling dat er per definitie te weinig voedsel zou zijn
voor iedereen, verhandelingen over verbeteringen in de landbouwsystemen waardoor
ongekende oogsten werden geproduceerd en bevolkingscijfers uit allerlei landen waar niets
te bespeuren viel van een 'meetkundige reeks'. Wetenschappelijk gezien bleef van Malthus'
betoog niets overeind maar, de propagandistiese uitwerking van zijn geschrift was niet te
stuiten.
Hoe heerlijk was het immers voor de rijken om zich niet schuldig te hoeven voelen over al die
armen. Dat hun tragies lot niet veroorzaakt was door de jammerlijke omstandigheden waarin
zij moesten leven en werken, maar dat juist die omstandigheden als het ware door de natuur
waren voortgebracht voor het heil der mensheid, was precies wat ze wilden horen.
Marx' kritiek
De bekendste Malthuskritiek is van Marx².
Marx vond Malthus als ekonoom - zijn bekendheid leverde hem in de jaren twintig een
professoraat in de politieke ekonomie op - helemaal niet zo slecht. Als overbevolkingsdes-
kundige sloeg de 'baviaan' echter, volgens Marx, louter onzin uit. Hij ontwikkelde in zijn
kritiek op Malthus' konsept van 'absolute overbevolking' het begrip 'relatieve overbevolking'.
Volgens Marx ligt het aan de produktiewijze in een bepaalde historiese periode of er mensen
tot 'overbevolking' gemaakt worden en hoeveel. Een kenmerk van het kapitalisme is dat er
een permanente, ja zelfs een steeds in aantal toenemende overbevolking is, dat wil zeggen
een steeds groter aantal mensen dat van het bezit van produktiemiddelen wordt
buitengesloten om er, als het kapitaal behoefte heeft, grote aantallen goedkope
arbeidskrachten uit te putten. Dat er steeds meer armen komen heeft dan ook niets met de
natuur te maken en alles met het kapitalisme, dat eerst mensen hun eigen middelen van
bestaan afpakt om ze vervolgens zolang als ze bruikbaar zijn te kunnen uitbuiten; met het
gevolg dat degenen die niet (meer) bruikbaar zijn voor het kapitaal - de 'overbevolking' dus -
een nog jammerlijker bestaan hebben dan degenen die zestig uren in de fabriek mogen
werken. Verdergaande mechanisatie zou - aldus Marx - voor steeds grotere legers 'paupers'
zorgen, een ontwikkeling die hij in zijn meest optimistiese momenten liet eindigen met een
opstand van een deel van de 'paupers' samen met arbeidersters tegen het kapitaal!
Dat het aan de produktiewijze ligt of er zogenaamde overbevolking of onderbevolking is of
niet, kan ook geïllustreerd worden met de in de 16de eeuw gestarte deportatie van mensen
uit verschillende Afrikaanse landen naar Amerika. Daar werden ze verkocht als werkkracht,
voorzover ze de reis overleefd hadden, en ze werden verder tot een slavenbestaan
gedwongen door de 'wettige' eigenaars. Geschat wordt dat tot aan het begin van de 19de
                                                
2
K. Marx, Grundrisse (1857/58) Penguin 1973, p 604-608
http://www.purepage.com Previous page Top Next page